

Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft op verzoek van president Trump een rechtszaak aangespannen om de uitslag van de senaatsverkiezingen in Alaska te kunnen blokkeren. Aanleiding is dat twee kandidaten op het stembiljet vrijwel dezelfde naam hebben.
Twee kandidaten met bijna dezelfde naam. Hier lossen we dat op met een nummertje vóór de naam. Klaar. Geen rechtbank, geen ministerie, geen president die even belt. In Alaska is een familienaam blijkbaar genoeg om een hele verkiezing omver te schoppen. Rekenen ze daar met de hand? Met kleurpotloden? Als dit het niveau van de rechtsstaat is, mag het stemhokje wel een oppas krijgen.
Dus het ministerie van Justitie stapt naar de rechter omdat twee kandidaten bijna dezelfde naam hebben, en dat moet dan de verkiezingsuitslag blokkeren. Mooi. Maar waar is het bewijs dat die naamsovereenkomst daadwerkelijk kiezers misleid heeft? Geen cijfers over verwarde stemmers, geen aangifte van een kiezer, niets. Alleen het verzoek van de president, en dat is geen argument.



