

Een halve eeuw na zijn wereldtitel op de weg in het Italiaanse Ostuni blikt Freddy Maertens terug op een jaar vol glorie en verdriet, met zijn vrouw Carine als vaste steun.
Een halve eeuw later telt hier nog één held: de dronkenlap die het fietspad haalt zonder in de gracht te rijden. Engelbewaarder? Die heet justitie.
Ik zeg het zoals het is: Het eindigt met een vergeten trofee in een kast. Met een vrouw die alles draagt. Carine. De goeie engel. Maar engelen gaan ook dood. Dan blijft Freddy alleen. De wielersport heeft hem opgegeten en uitgespuugd. En wij? Wij hebben geklapt. Vijftig jaar later is de glorie een stille kamer. De koers is een slachtbank. De roem is een leugen. En de liefde? De liefde is het enige echte.
Ik zie geen engelbewaarder, ik zie een mantelzorger zonder loon. Vijfduizend rozen, één hernia. Hij vertelt, zij draagt. En op het einde? Een urne op de schouw, een medaille in een schoenendoos. De glorie is van hem, de rekening van haar. Geen illusies: dat huwelijk eindigt in uitputting, niet in een staande ovatie.




