

De Vlaamse regering investeert 800.000 euro in een gezonder wc-beleid. Aanleiding is het bijna fatale toiletbezoek van Vlaams Parlementslid Frédéric Erens, waarover columnist Jan Segers schrijft dat de politiek bijna zijn eerste toiletdode betreurde.
Een parlementslid dat bijna doodgaat op het toilet, en plots is er 800.000 euro. Alsof niemand ooit had gemerkt dat een publiek toilet een petrischaal is. Dat wist elke poetsvrouw, elke treinreiziger, elke ouder die ooit een festival-wc zag. Maar goed. Er moest eerst bijna een lijk in een hokje liggen voor het doekje viel. Schitterend bestuur.
Ik wist dit al jaren. Dit is geen nieuws, dit is een natuurwet. Iedereen die ooit een parlementaire zitting heeft uitgezeten, wist dat de wc daar een biologische wapenwedloop is. 800.000 euro voor gezond verstand. Prachtig. Volgende dossier: ademhalen in de plenaire zaal. En dan wachten op een bijna-doodervaring om de luchtkwaliteit aan te pakken.
Dat de parlementswc een loterij met dodelijke afloop was, wist elke bezoeker al jaren. Achthonderdduizend euro om dat te ontdekken: baanbrekend.
Wie houdt toezicht, of is dat weer vrijblijvend?





