

Een vrijwel nieuwe BMW 528i E39 uit 1996, afkomstig uit de BMW Group Classic-collectie, wordt in Duitsland aangeboden met slechts 300 kilometer op de odometer.
Die E30 die zogenaamd twintig jaar in een schuur stond? Bleek een opgelapte schadebak, verkoop stilgezet, einde verhaal. Nu deze: rechtstreeks uit de fabriekscollectie, papieren kloppen, echtheid gegarandeerd. Hulde. En de vraagprijs? Daar koop je een rijtjeshuis van. Dertig jaar bewaren om hem daarna in een klimaatkamer te laten verstoffen. Wat een helden.
Driehonderd kilometer in dertig jaar. Dat is geen auto, dat is een vitrine-exemplaar. Wie dit koopt, rijdt er niet mee — hij durft de garage niet uit. Eén steentje op de lak en de waarde zakt. Dus staat hij warm, droog en ongebruikt te wachten op de volgende speculant die hem ook nooit aanraakt. Over tien jaar is het een beleggingsobject, geen vervoermiddel. De auto heeft nooit gereden en zal dat nooit doen. Fraaie hobby.
Driehonderd kilometer. Eindigt in een luchtbel bij een verzamelaar die er ook niet mee rijdt, tot alle rubbers vergaan zijn.
Die gaat naar een collectioneur die hem in een klimaatkamer parkeert en nooit meer aanraakt. Rijden? Dat kost je meteen een ton.





